Wie had dat ooit kunnen denken

Vijf jaar geleden kwam Jan voor het eerst mijn leven binnenfietsen. Dat deed hij op een kolossale fiets. Zo’n kolos van een fiets had ik nog nooit gezien. Maar met zijn 1.98 maakte hij met gemak gebruik van elke centimeter van die onmogelijke reuzenfiets.

Een paar maanden later logeerde ik inmiddels redelijk eindeloos bij Jan. Zijn huis was niet meer dan 13 minuten (in draf) verwijderd van mijn huis, dus pendelde ik heen-en-weer tussen de twee stadswoningen om de illusie in stand te houden dat we niet eigenlijk al samenwoonden. Ook om die reden hield ik mijn liefdeskind Shiri nog in mijn eigen huis. Hij kreeg elke dag eten, drinken en een uitgebreide dosis knuffels, maar hij woonde toch wel even een beetje zonder mij.

Don’t worry, mijn zusje woonde nog bij hem en hij kwam geen aandacht tekort, maar ideaal was de situatie niet.

Voorstellen om mijn harige mannetje mee te nemen naar de etage van Jan, durfde ik niet. De anekdote die hij mij kort na onze introductie had verteld maakte me toch een beetje zenuwachtig. Over zijn studentenkamer van vroeger waar hij op de deur een poster had hangen met daarop de akelige tekst: “So many cats, so few recipes.” Daar ging ik mijn favoriete viervoeter natuurlijk niet aan blootstellen. Want hoewel Jan bij het vertellen van die anekdote breeduit lachte, was die rij scherpe tanden die hij daarmee ontblootte niet bepaald geruststellend.

Morgen is de laatste levensdag van mijn kleine Shiri. Rond 3 uur zal de huisarts bij ons aanbellen, even gerustellend met ons praten, onze vragen beantwoorden en misschien uit beleefdheid een kopje koffie accepteren. Maar dan kunnen we het niet langer uitstellen. Dan zal de dierenarts uit haar tas alle spullen halen die bij euthanasie horen.

Elke keer dat ik naar Shiri kijk word ik eindeloos verdrietig. Afscheid nemen doet – ook van een katertje – intens veel pijn.

Er is eigenlijk maar een persoon die samen met mij voelt wat ik nu voel. Over die ene poster op die ene studentenkamer spreken we niet meer.  Shiri heeft het hart van Jan ingepakt en veroverd. De grote vent en de kleine kater zijn onafscheidelijk. Jan had ook nooit een kans. Die grote kattenogen, die vol vertrouwen naar je staren wanneer je hem op je arm draagt, doen zelfs liefhebbers van katkebab de das om.

Heerlijk om te zien dat een non-kattenvrouwtje zo uitgebreid kan discussiëren met de kleine, koppige, kat. “Nee, je wacht maar even, ik ga je straks eten geven” of “Hou jij daar eens even gauw mee op! Nee, je luistert nu naar me.” Dat Shiri hem totaal niet verstaat kan ik hem niet aan z’n verstand brengen. De twee belangrijkste kerels in mijn leven trekken zich vaak nogal weinig van mij aan.

Morgen om 3 uur is het moment daar. We hebben afgesproken dat ik Shiri in mijn armen zal houden. Ik ben dan toch een beetje zijn mensenmoeder ofzo. Dus ja…maar zijn mensenvader (even harig, net iets groter) gaat het jochie ook missen. Wie had dat ooit kunnen denken.